Hof 's-Gravenhage 13 oktober 2009 (wissel vastgeroest), LJN BK0175

Appellant stelt dat waar het gaat om plaatsing op een website waartoe niet hij maar Leefbaar Delft de rechthebbende was, hij niet verantwoordelijk is voor deze publicatie. Het hof verwerpt dit verweer. Als auteur van het artikel had appellant de zeggenschap over al dan niet (gecontinueerde) publicatie daarvan op de website van Leefbaar Delft. Dat gold eens temeer in de verhouding tussen appellant en de politieke partij Leefbaar Delft waarbinnen appellant een prominente plaats vervulde.
De stelling van appellant dat het artikel in zijn gewijzigde vorm niet onder het verbod valt omdat geïntimeerde’s naam daarin niet langer wordt genoemd, volgt het hof niet. Het hof acht aannemelijk dat, zoals door geïntimeerde voldoende onderbouwd, in september 2007 nog steeds voor menigeen - zeker in Delft - met de vermelding van de term “de Gondelaffaire” duidelijk was dat appellant verwees naar de door hem talrijke malen eerder aan het adres van geïntimeerde geuite, op de van D afkomstige video- en mobiele telefoonopnames geënte beschuldigingen van corruptie.
Blijkens de adressering van zijn e-mail van 1 december 2007 heeft appellant deze uitsluitend gezonden aan dezelfde personen als waaraan geïntimeerde zijn e-mail verstuurd had.
Het hof is van oordeel dat hier geen sprake is van een door appellant in het openbaar geuite beschuldiging als waarop het verbod betrekking heeft. In het licht van doel en strekking van het verbod komt appellant de ruimte toe om zich binnen het strikte kader van de gemeentelijke organen over de kwestie uit te spreken.
Link naar YouTube-filmpje met suggestieve tekst is ook overtreding van het verbod.
Appellant heeft gemotiveerd uiteengezet dat op zijn site slechts een link naar de homepage van de bewuste site stond en dat van daaruit de artikelen van P slechts leesbaar waren door gebruik te maken van de zoekfunctie op die homepage. Geïntimeerde beroept zich in dit verband op zijn productie 30 maar de daarin weergegeven link verwijst simpelweg naar www.lokalos.nl en daarmee, naar zich laat aanzien, naar een homepage waarop nog niet de op de betreffende site gepubliceerde meningsuitingen te lezen zijn. Het hof gaat er derhalve vanuit dat geen sprake was van een directe verwijzing als door geïntimeerde gesteld. Voorts vormt de door appellant aan de verwijzing meegegeven tekst in te geringe mate een aansporing tot kennisneming van het daarin genoemde artikel van P - dit mede in verband met het indirecte karakter van de verwijzing - om tot een overtreding van het verbod te concluderen.
Het Hof verbiedt geïntimeerde om de dwangsommen te executeren, zolang over de aanspraak op die dwangsommen nog geen nader rechterlijk oordeel is verkregen.